Voetjes in het water

Vorige week kwam, via een foto van een kind, het vluchtelingenprobleem op aangrijpende manier in het nieuws. Deze foto maakte indruk op de westerse wereld; het was net of het probleem dichter bij huis terecht kwam. Dat is een gewoon kind, dood, verdronken. Het had de mijne kunnen zijn.

Melanie heeft een lied geschreven, we hebben het in onze zolderstudio opgenomen. Ze zocht een bijpassende afbeelding en vond die. Ze nam contact op met de maker van het schilderij. We kregen toestemming om de afbeelding te gebruiken voor een filmpje dat ik op youtube heb gezet. Binnen de kortste keren werd het lied een paar honderd keer beluisterd en kreeg Melanie van alle kanten positieve reacties op het lied.

Docenten Nederlands op haar school wilden de tekst van het lied voor een les gebruiken. Dat idee heb ik overgenomen en uitgevoerd. Ik heb het aan een aantal klassen laten horen, ze de tekst laten meelezen en er met de leerlingen over gepraat. Ze waren er stil van. Nu sta ik natuurlijk dicht bij het materiaal, omdat het ‘ons’ liedje is. Dat zal de les misschien wat gekleurd hebben, maar ik denk dat dat niet zo erg is. Leerlingen zien graag de betrokkenheid van een docent.

We hebben na de eerste beluistering van het lied uitgebreid gesproken over Aylan en het vluchtelingenprobleem. Ze weten er veel van; de symboliek van de foto van Aylan raakt de kinderen. Ook konden ze de verbeelding van het schilderij aan de tekst van het lied koppelen. Later in de les heb ik verteld door wie het lied geschreven is, uitgelegd dat de componist van het lied mijn vrouw is en dat we het lied bij ons thuis opgenomen hebben. Ook gaat een stukje van de tekst over onze dochter; zij is net zo oud als Aylan. De leerlingen wilden in hun enthousiasme een foto van Melanie zien, weten hoeveel likes het filmpje had en hoe vaak het bekeken was. ‘Meneer, ik ga het thuis nog 100 keer luisteren en het liken, het is zo mooi.’ Dank je voor het compliment, ik zal het doorgeven.

De leerlingen wilden op hun verzoek het lied nog wel drie keer horen. Ze luisterden goed, ze snappen waar het over gaat. Zo goed naar een lied en tekst luisteren doen ze bij de muziekles niet zo vaak, dus dat zegt wel iets over hoe dicht dit bij hun belevingswereld staat.

 

 

 

Daar lig je in de zon, met je voetjes in het water
Je zou hier liever spelen en lekker dromen over later
Maar later, later, later, zal jij nooit meer beleven
Want er was niemand hier, die om je wilde geven

Maar ik hou van jou en sluit je in mijn armen
En mijn tranen zullen je kleine lijfje snel verwarmen

Zodat je weer leeft en speelt zonder zorgen
En zodat je ouders kunnen denken aan een morgen
Ik kijk op naar de hemel, zie de blauwe lucht en weet
Dat ik jou nooit meer, nooit meer vergeet

Elk jaar dat voorbij komt, nooit meer wordt je toegezongen
Want ik word steeds iets ouder, maar jij blijft die kleine jongen
En later als je groot was, maar welk leven zou jij krijgen
De pijn steekt in mijn hart, dat jij voor altijd zal zwijgen.

Want ik hou van jou en sluit je in mijn armen
En mijn tranen zullen je kleine lijfje snel verwarmen

Zodat je weer leeft en speelt zonder zorgen
En zodat je ouders kunnen denken aan een morgen
Ik kijk op naar de hemel, zie de blauwe lucht en weet
Dat ik jou nooit meer, nooit meer vergeet

En mijn eigen kleine meisje
Speelt nu stralend in het zand
En als ze in de zee valt
Dan pak ik snel haar hand
Ik weet dat wij
Wij zijn hier vrij
Maar ik zie ook
Dat het zo anders kan

Ik kijk op naar de hemel, zie de blauwe lucht en weet
Dat ik jou nooit meer, nooit meer vergeet

De krachtige klas

Op school zijn we in de mentorlessen gestart met een lesprogramma genaamd ‘De Krachtige Klas’. In het kort: het groepsproces van een klas is positief te beïnvloeden, de mentor neemt hier leiding in. De klas doorloopt de fases van dit proces ‘automatisch’, de volgorde waarin dit gebeurt is over het algemeen hetzelfde. De fases zijn (met andere namen) forming – storming – norming – performing en adjorning. De klassen die ik van de week heb gehad, zitten in de ‘storming’ fase, dit is een machtsstrijd. De haantjes en de hennetjes zijn zich aan het bewijzen, de pikorde wordt bepaald.

Een leerling had aangegeven dat ze met me wilde praten. Ze kwam samen met een vriendinnetje vertellen dat er iets was voorgevallen tussen haar en een jongen uit de klas. Whatsapp had daar een bedenkelijke rol in gespeeld en er was ruzie geweest. Heel vervelend voor het meisje. Eerlijk gezegd wist ik na het gesprek niet meteen wat ik doen moest, dus ik heb eerst ruggespraak gehad met een collega.

Ik heb de situatie uitgelegd en haar om advies gevraagd. Haar aanbeveling was eenvoudig: hoor en wederhoor. Ik heb de jongen in kwestie daarna meteen uit de les gehaald voor een gesprek. Hij wist precies waar het over ging en vertelde zijn kant van het verhaal. Een andere jongen uit de klas speelde een minder directe rol maar wel belangrijke rol in dit conflict. Hij is een sfeermaker in de klas en, om eerlijk te zijn, helaas niet zo’n prettige. Een aantal andere jongens hebben de neiging zich te willen bewijzen voor deze sfeermaker.

De sfeermaker is een jongen die uit een andere klas afkomstig is. Hij doet niets aan zijn schoolwerk, ook niet met goede voornemens voor het nieuwe schooljaar. Zijn gedrag in de klas heeft een negatieve uitwerking, omdat hij het schoolleven niet zo serieus neemt. Ik heb zijn moeder gebeld, de situatie uitgelegd en een afspraak gemaakt om met hen te bespreken dat hij aan het werk moet én zijn positie in de klas positief moet gaan aanwenden.

Er moest ook nog lesgegeven worden en ondertussen speelt er in de andere klassen ook van alles. Ik ben gevoelig voor spanning in de groep, dus ik was behoorlijk moe toen ik thuis kwam. Een dag later kon ik er met meer afstand naar kijken; het was een dagje ‘storming’. De volgende fase zorgt gelukkig voor meer rust en taakgerichtheid in de klas.

Ik ga graag naar school

http://cache4.asset-cache.net/xc/483406772.jpg?v=2&c=IWSAsset&k=2&d=gZwKVMqteDqtIr6PzhQBFNfHYcTlAZ1sXmTufbiKtWAe5SVlw1_K65EVw_Ov9dk50Aan het einde van de zomervakantie bekruipt mij altijd weer een gevoel dat andere docenten wel zullen herkennen. Hoe lang was ik ook al al weer muziekdocent? Waarom voel ik me dan toch altijd een beetje wiebelig als school weer begint? Het is een soort melancholie die ik ook wel eens op zondagavond heb, na een fijn rustig weekend. Dat gevoel valt op maandagochtend altijd snel van me af. Ik ga graag naar school.

Ons werk in het onderwijs (mijn vrouw is ook muziekdocent) maakt bij ons thuis de zomer lang en lui. We gaan op vakantie, klussen in huis, hebben een lege agenda en genieten enorm van alle tijd samen. Er is tijd om uit te rusten en om op te laden. Nu ben ik ervan overtuigd dat de vakantiedagen waar wij volgens onze CAO recht op hebben, geen motivatie moet zijn om docent te worden. Die vakanties zijn er niet voor niks; er wordt hard gewerkt door iedereen die in het onderwijs werkt. De werkdruk is hoog, er moet zoveel gebeuren. Verder hoeft je motivatie volgens mij niet eens de overdracht van je vak te zijn. Natuurlijk ben je een meester in je vak, dat bedoel ik niet, want dat is vanzelfsprekend.

Mijn motivatie om te werken in het onderwijs is dat ik graag met jeugd werk. Ik heb hen het een en ander te leren op muziek- en taalgebied. Daarnaast heb ik de behoefte een paar dingen mee te geven die niets met school te maken hebben. Je hebt als docent de kans om op een positieve manier een mensenleven te beroeren. Het mooiste wat je leerlingen geven kunt is dat zij een talent van zichzelf ontdekken, een talent waarvan ze misschien niet wisten dat ze dat hadden. Verder hebben ze het een en ander te leren over delen en samenwerken.

Maar goed, waarom die zenuwen dan? Als ik weer een paar uur op school ben, valt dat gevoel van me af. Dat is een echt cliché. Het is juist een warm bad om iedereen weer te zien. Het is fijn dat veel leerlingen het gelukkig ook oprecht fijn vinden jou weer te zien, ook al zullen ze dat niet zo snel zeggen. We pakken de draad weer op. Verder is het prachtig om 100 nieuwe brugklassers op school te mogen verwelkomen en hen te kunnen verrassen met onze muziek-, dans- en theaterlessen. Ik ga graag naar school.

Presentaties

Op school hebben de twee klassen die ik Nederlands geef, presentaties gehouden. Ik heb de leerlingen aangegeven hoe ze deze presentaties moesten voorbereiden en eigenlijk als enige restrictie geven: je mag je presentatie overal over houden, behalve over je huisdier.

De klassen hebben heel wat mooie, goede en leuke presentaties aan zich voorbij zien trekken, over een veelheid aan onderwerpen die de leerlingen bezighoudt. De presentaties gingen over boogschieten, de kindertelefoon, de tv-kantine (erg leuk), homoseksualiteit,  dyslexie, noem maar op. De presentaties werden vaak in tweetallen uitgevoerd, een enkele keer alleen.

Ashleyuit mijn mentorklas wilde haar presentatie houden over kanker. Ik wist meteen waarom. Ze heeft drie jaar geleden, toen ze 9 jaar oud was, haar moeder verloren aan baarmoederhalskanker. Wat een moed is er voor nodig om daar je presentatie over te houden!

Ik vroeg of Ashley het zeker wist, want het is een erg persoonlijk onderwerp om over te vertellen. Ze was vastbesloten. Ashley heeft met hulp van thuis de presentatie voorbereid. Ook hebben ze het in het gezin er veel over gehad, want thuis zeiden ze ook: ‘Weet je het wel zeker?’

De dag van de presentatie was daar. Ik bood Ashley aan de klas te vertellen waar de presentatie over ging, niet iedereen wist wat er gebeurd was. Op deze manier hoefde ze dat niet zelf te doen, wat het iets makkelijker maakte.

Daarna nam Ashley het over en moest ze meteen huilen. Een van de meiden van de klas ging naar haar toe, de klas was stil, lief en onder de indruk. Daarna vermande ze zich en gaf ze een fantastische presentatie over baarmoederhalskanker. Wat was ik trots.

Een aantal leerlingen in de klas moest na afloop ook huilen. De meeste jongens van de klas zijn minder handig met emoties en konden dat niet. Wel hadden ze aandacht voor elkaar. Ik pinkte ‘stiekem’ (iedereen zag het) een traantje weg, voelde me kwetsbaar, maar ook daar was ruimte voor. De les had nog 15 minuten moeten duren, maar we hebben niks meer gedaan, behalve met elkaar gepraat over de presentatie.

Wat een fantastische ervaring was dit voor de klas. De sfeer was veilig, de leerlingen durfden iets van zichzelf te laten zien. Het is een prestatie van Ashley, maar ook van de klas. En ik was ook trots op wat de klas en ik bereikt hebben. Dat dit kon. Onvergetelijk.

’s Avonds heb ik Ashley’s vader een mailtje gestuurd over de presentatie en hoe het gegaan was. Ik had snel antwoord terug. Haar vader zei dat Ashley er aan toe was om om te praten over alles wat er gebeurd was en natuurlijk dat hij ook zo trots was.