Ik ga graag naar school

http://cache4.asset-cache.net/xc/483406772.jpg?v=2&c=IWSAsset&k=2&d=gZwKVMqteDqtIr6PzhQBFNfHYcTlAZ1sXmTufbiKtWAe5SVlw1_K65EVw_Ov9dk50Aan het einde van de zomervakantie bekruipt mij altijd weer een gevoel dat andere docenten wel zullen herkennen. Hoe lang was ik ook al al weer muziekdocent? Waarom voel ik me dan toch altijd een beetje wiebelig als school weer begint? Het is een soort melancholie die ik ook wel eens op zondagavond heb, na een fijn rustig weekend. Dat gevoel valt op maandagochtend altijd snel van me af. Ik ga graag naar school.

Ons werk in het onderwijs (mijn vrouw is ook muziekdocent) maakt bij ons thuis de zomer lang en lui. We gaan op vakantie, klussen in huis, hebben een lege agenda en genieten enorm van alle tijd samen. Er is tijd om uit te rusten en om op te laden. Nu ben ik ervan overtuigd dat de vakantiedagen waar wij volgens onze CAO recht op hebben, geen motivatie moet zijn om docent te worden. Die vakanties zijn er niet voor niks; er wordt hard gewerkt door iedereen die in het onderwijs werkt. De werkdruk is hoog, er moet zoveel gebeuren. Verder hoeft je motivatie volgens mij niet eens de overdracht van je vak te zijn. Natuurlijk ben je een meester in je vak, dat bedoel ik niet, want dat is vanzelfsprekend.

Mijn motivatie om te werken in het onderwijs is dat ik graag met jeugd werk. Ik heb hen het een en ander te leren op muziek- en taalgebied. Daarnaast heb ik de behoefte een paar dingen mee te geven die niets met school te maken hebben. Je hebt als docent de kans om op een positieve manier een mensenleven te beroeren. Het mooiste wat je leerlingen geven kunt is dat zij een talent van zichzelf ontdekken, een talent waarvan ze misschien niet wisten dat ze dat hadden. Verder hebben ze het een en ander te leren over delen en samenwerken.

Maar goed, waarom die zenuwen dan? Als ik weer een paar uur op school ben, valt dat gevoel van me af. Dat is een echt cliché. Het is juist een warm bad om iedereen weer te zien. Het is fijn dat veel leerlingen het gelukkig ook oprecht fijn vinden jou weer te zien, ook al zullen ze dat niet zo snel zeggen. We pakken de draad weer op. Verder is het prachtig om 100 nieuwe brugklassers op school te mogen verwelkomen en hen te kunnen verrassen met onze muziek-, dans- en theaterlessen. Ik ga graag naar school.

Presentaties

Op school hebben de twee klassen die ik Nederlands geef, presentaties gehouden. Ik heb de leerlingen aangegeven hoe ze deze presentaties moesten voorbereiden en eigenlijk als enige restrictie geven: je mag je presentatie overal over houden, behalve over je huisdier.

De klassen hebben heel wat mooie, goede en leuke presentaties aan zich voorbij zien trekken, over een veelheid aan onderwerpen die de leerlingen bezighoudt. De presentaties gingen over boogschieten, de kindertelefoon, de tv-kantine (erg leuk), homoseksualiteit,  dyslexie, noem maar op. De presentaties werden vaak in tweetallen uitgevoerd, een enkele keer alleen.

Fleur uit mijn mentorklas wilde haar presentatie houden over kanker. Ik wist meteen waarom. Ze heeft drie jaar geleden, toen ze 9 jaar oud was, haar moeder verloren aan baarmoederhalskanker. Wat een moed is er voor nodig om daar je presentatie over te houden!

Ik vroeg of Fleur het zeker wist, want het is een erg persoonlijk onderwerp om over te vertellen. Ze was vastbesloten. Fleur heeft met hulp van thuis de presentatie voorbereid. Ook hebben ze het in het gezin er veel over gehad, want thuis zeiden ze ook: ‘Weet je het wel zeker?’

De dag van de presentatie was daar. Ik bood Fleur aan de klas te vertellen waar de presentatie over ging, niet iedereen wist wat er gebeurd was. Op deze manier hoefde ze dat niet zelf te doen, wat het iets makkelijker maakte.

Daarna nam Fleur het over en moest ze meteen huilen. Een van de meiden van de klas ging naar haar toe, de klas was stil, lief en onder de indruk. Daarna vermande ze zich en gaf ze een fantastische presentatie over baarmoederhalskanker. Wat was ik trots.

Een aantal leerlingen in de klas moest na afloop ook huilen. De meeste jongens van de klas zijn minder handig met emoties en konden dat niet. Wel hadden ze aandacht voor elkaar. Ik pinkte ‘stiekem’ (iedereen zag het) een traantje weg, voelde me kwetsbaar, maar ook daar was ruimte voor. De les had nog 15 minuten moeten duren, maar we hebben niks meer gedaan, behalve met elkaar gepraat over de presentatie.

Wat een fantastische ervaring was dit voor de klas. De sfeer was veilig, de leerlingen durfden iets van zichzelf te laten zien. Het is een prestatie van Fleur, maar ook van de klas. En ik was ook trots op wat de klas en ik bereikt hebben. Dat dit kon. Onvergetelijk.

‘s Avonds heb ik Fleurs vader een mailtje gestuurd over de presentatie en hoe het gegaan was. Ik had snel antwoord terug. Haar vader zei dat Fleur er aan toe was om om te praten over alles wat er gebeurd was en natuurlijk dat hij ook zo trots was.

Fleur heeft in het echt een andere naam.